De caravanbanden van je caravan vormen een belangrijk onderdeel van je caravan en verdienen daarom extra aandacht. De slijtage van een caravanband is veelal niet direct zichtbaar en daarom is controle noodzakelijk. De caravanband is ook een belangrijke schakel in het laadvermogen van de caravan. Een juiste bandenspanning is niet alleen noodzakelijk om veiligheid te kunnen rijden met een caravan, maar zorgen ook voor een langere levensduur van de caravanbanden én een lager brandstofverbruik.

Caravanbanden van caravans slijten nauwelijks. Er worden slechts weinig caravanbanden vervangen omdat de profilering is afgesleten. Veel caravanbanden vertonen op termijn droogtescheurtjes. Lange tijd was dat dus het moment dat een band werd afgekeurd en vervangen. Dit moment is eigenlijk te laat want uit statistieken blijkt dat de kans op een klapband na 7 jaren sterk toeneemt. De grafiek heeft op die 7 jaren een duidelijke knik. Door de Rai en Bovag wordt gadviseerd om banden van caravans op hun zevende levensjaar te vernieuwen. De leeftijd van een caravanbanden kan op de caravanbanden zelf worden afgelezen. In de zogenaamde DOT-code is productiedatum van de caravanbanden vermeld. Tot en met 1999 bestaat de DOT-code meestal uit 3 cijfers. Deze cijfers hebben betrekking op de week en het jaar van fabricage; de twee voorlaatste posities geven het weeknummer aan en de laatste positie het laatste cijfer van het jaartal. Bijvoorbeeld: 400 = Week 40 van het jaar 1990 of 1980 179 = Week 17 van het jaar 1989 of 1979 enzovoorts. Vanaf 2000 wordt de DOT-code in vier cijfers weergegeven, de eerste twee cijfers voor de week en de laatste twee cijfers voor het jaar van fabricage. Bijvoorbeeld: 2400 = Week 24 van het jaar 2000 0104 = Week 01 van het jaar 2004 enzovoorts.

Uiteraard zal de dealer graag even voor je kijken naar de leeftijd van de band. Bij een Bovag- of Focwabeurt gebeurt dat standaard. Indien de band nog in goede conditie verkeert dan kan het moment van vervanging worden doorgeschoven. Caravanbanden en laadvermogen. Caravans worden door hun grotere lengte en hun rijkere uitrusting steeds zwaarder en daarom worden er ook zwaardere assen onder gemonteerd. Omdat het totale gewicht van de caravan gedragen moet worden door de twee caravanbanden, worden hieraan steeds hogere eisen gesteld. Om deze reden wordt gekozen voor caravanbanden die extra zijn versterkt uit de categorie bestelwagenbanden.

Door de beperking van de breedte van de wielkast van de caravan volstaat een 'normale' autoband niet meer, speciale uitvoeringen welke worden gebruikt voor lichte bestel-/vrachtwagens bieden dan uitkomst. Deze caravanbanden dragen bijvoorbeeld bij een bandenmaat van 185R/14 8PR maar liefst 850 kg per band. Omdat deze banden nauwelijks duurder zijn dan een 'gewone' versterkte autoband is het aan te bevelen om bij vervanging voor deze banden te kiezen, door het royale laadvermogen hoef je dan ook geen beroep te doen op de zogenaamde 10%-regel.

Het laadvermogen van de caravanband is belangrijk omdat dit moet aansluiten bij de totale asdruk van de caravan. Het gewicht van de caravan moet immers op een veilige manier gedragen worden. Als de caravan van nieuwe caravanbanden wordt voorzien is het aan te bevelen om een wat hoger draagvermogen (25 tot 50 kg per band) te nemen. Je hebt zo een extra reserve voor het geval de caravan iets wordt overbeladen (hetgeen veel voorkomt). Teveel reserve is overigens niet verstandig, want door de lagere belasting van de (stuggere) band neemt de veerkracht af en hiermee verminderen weer de rijeigenschappen van de caravan.

Op elke caravanbanden staat de zogenaamde loadindex van de band vermeld. Deze belastingsindex bestaat uit een getal dat staat voor het draagvermogen in kilo's. Zo staat een loadindex van 90 voor een draagvermogen van 600 kg. De asdruk (totale gewicht van de caravan minus de kogeldruk) mag in dit geval dus 2 x 600 = 1200 kg bedragen. In de tabel in het kader rechts zie je de omrekening van belastingindex naar draagvermogen. Wettelijk mag het draagvermogen van een caravanband worden verhoogd met 10% indien niet harder wordt gereden dan 100 km per uur (10%-regeling).

De 10%-regel voor bandenspanning Caravanbanden. Hoewel de trend onder caravanfabrikanten nu is om de caravan van banden met voldoende laadvermogen te voorzien, komt het nog steeds voor dat caravans zijn uitgerust met caravanbanden die het laadvermogen van de caravan niet volledig ondersteunen. In deze gevallen wordt een beroep worden gedaan op de zogenaamde 10%-regel. Deze regel houdt in dat het laadvermogen van de band (fictief) met 10% mag worden verhoogd wanneer de spanning extra (10%) wordt verhoogd. Er wordt dan wel een limiet gesteld aan de maximale snelheid (max. 100 km p/u). Door de ANWB is er de afgelopen jaren veel aandacht besteedt aan de noodzaak om caravans te voorzien van banden met voldoende draagvermogen. Zo wordt bijvoorbeeld in de Kampeer & Caravan Kampioen jaarlijks een overzicht gepubliceerd waarin een groot aantal caravanbanden van nieuwe caravans zijn onderzocht op draagvermogen en leeftijd van de band. Naast de invloed die dergelijke publicaties hebben is er de kwestie geweest met klapbanden van een bandenfabrikant. Voldoende reden dus voor Caravanfabrikanten om niet langer te beknibbelen op een paar goede banden. Indien je caravan is voorzien van banden welke een beroep doen op de 10%-regel, wordt het gebruik hiervan sterk afgeraden. Door de spanning van een band extra te verhogen wordt namelijk de snelheid waarmee kan worden gereden verlaagd. De combinatie spanning, laadvermogen en snelheid vormen een eenheid, zodra je aan de één iets wijzigt verandert de andere mee. Niet doen dus!

www.devoortgang.nl Bij caravanbanden is enige reserve in maximale belasting aan te raden. Caravan banden worden vaak blootgesteld aan overbelasting.